De lokale Natuurpunt-afdeling voor 's Gravenwezel, Schilde, Oelegem, Ranst, Wommelgem, Borsbeek, Borgerhout, Deurne en Wijnegem.

De merel en het usutuvirus: een stand van zaken door Ben Luyckx

Terug naar lijst

Geplaatst door Natuurpunt Schijnvallei op

In het artikel over de merel in 'Schijnbeemden december 2017' had vogelkenner Ben Luyckx het uitgebreid over het dodelijke usutuvirus dat onze merels zo goed als uitgeroeid had. Hoe ver staan we nu na twee jaar? 

In 2019 werden er algemeen veel minder meldingen gedaan van dode merels dan de jaren voordien. Maar betekent dit dat het virus minder voorkomt? 

Diverse faktoren kunnen in aanmerking komen voor het verminderde aantal meldingen. Het is onduidelijk of merels intussen de verhoopte antistof zijn beginnen te ontwikkelen waardoor ze immuun zouden kunnen worden aan de besmetting. Een andere belangrijke faktor kan zijn dat er gewoon minder werd gemeld. In 2019 waren er ook minder besmette muggen die het virus konden overbrengen maar die daling was zo klein dat ze geen invloed kan hebben gehad. 

In Nederland werd in 2016 het virus vooral vastgesteld bij merels en bij in gevangenschap gehouden laplanduilen. Vanaf augustus 2019 werd er in mindere mate sterfte vastgesteld onder de merels, enkele andere vogelsoorten en bij meerdere soorten vogels in volières. 

Waar de merels verdwenen waren in mijn omgeving, zijn er enkele teruggekeerd maar geenszins zoals vroeger toen ze zeer talrijk aanwezig waren. In de winter van 2017/2018 kwamen er af en toe een mannetje en een wijfje op de voederplaats. Van maart 2018 hoorde ik de zang van één, uitzonderlijk twee, mannetje(s) (vroeger minimum vijf). 

In een uitzonderlijk goed merelgebied in Schilde – tussen de Zwaenenbeek (grens ‘s-Gravenwezel), de Antitankgracht en het Groot Schijn (grens Oelegem) – waren er in april 2018 nog een dertigtal territoria (vroeger een veelvoud). Na de ‘verdwijntruc’ in de zomer (het ruien in de bossen) keerden er in oktober slechts weinig terug. Het voorbije jaar 2019 gaf zowat hetzelfde beeld met een lichte stijging van het aantal broedterritoria. Opvallend was wel dat de zanglijster schijnbaar terug normaal aanwezig was. 

Eind 2019 begin 2020 kwamen er op mijn voederplaats opnieuw slechts een mannetje en een wijfje. Van overwinteraars uit het noorden viel niets te bespeuren. Het enige opvallende is dat onze merels nu zo schuw geworden zijn als de noordelijke "bosmerels" van weleer. 

De lente 2020 bracht geen verbetering in voormeld gebied tegenover 2019 en de zanglijster was opnieuw verminderd in aantal. Het gaat dus nog niet zo goed met onze merels. Hopen maar op positiever nieuws.

 

Tekst: Ben Luyckx